Menu

Je koppeling werkt in test. Je rolt 'm uit. Tijdens de eerste bulk-sync van 10.000 records valt alles stil. Gefeliciteerd, je hebt kennisgemaakt met rate limits.

Wat zijn rate limits?

API-providers beperken hoeveel requests je per tijdsvenster kunt doen. Shopify hanteert bijvoorbeeld een bucket-model, Exact Online 60 calls per minuut per divisie, en Mollie publiceert geen harde limiet maar handhaaft fair use.

Tijdens development merk je hier zelden iets van — je test immers met 3 records. In productie, bij een initiële data-import, loop je vol.

Wat doe je eraan?

Drie basisprincipes die in elke koppeling thuishoren:

  1. Exponential backoff — bij een HTTP 429-response wacht je langer vóór de retry. Begin bij 1 seconde, verdubbel bij elke volgende fout.
  2. Respecteer de Retry-After-header — providers geven vaak expliciet aan hoe lang je moet wachten.
  3. Throttle preventief — plan je bulk-jobs zo dat je ónder de limiet blijft, niet tot op de grens. Een kleine buffer bespaart veel hoofdpijn.

Waarom wij het documenteren

Op elke software-detailpagina vind je het veld “rate limit” — wat de provider publiceert, of “Niet gespecificeerd” als er niets over bekend is. Dat laatste betekent níét “geen limiet”, maar “wees voorzichtig en meet zelf”.